bladerdeeghoorntjes met chocoroom

Ingrediënten

  • 1 ronde vel bladerdeeg
  • aluminiumfolie
  • olijfolie
  • 60 g boter
  • 60 g room
  • 100 g chocolade eitjes

Bereiding

  1. Snij de vellen bladerdeeg in reepjes. Plak vier lange reepjes aan elkaar vast tot je een zeer lange reep hebt. Plooi een vel aluminiumfolie tot een vierkant en rol op tot een kegel. Vet in met olijfolie.
  2. Draai de bladerdeegreep volledig rond de kegel. Leg ze trapsgewijs op elkaar.
  3. Bak 15 à 20 minuten in een voorverwarmde oven op 180°C. Haal uit de oven en verwijder voorzichtig de kegel.
  4. Smelt de paaseitjes in de room. Voeg de boter toe. Roer onder elkaar en laat 30 minuten opstijven in de koelkast. Doe in een spuitzak.
  5. Laat opstijven tot je het kan spuiten. Spuit in de hoorntjes. Werk af met paaseitjes

paas

Advertenties

Anatomie schilpadden

Inleiding

  • Schilpadden zijn koudbloedig
  • Er bestaan 3 groepen
  • 1: landschilpad: Ze leven op land kunnen 100 kilo wegen, ze worden zo’n 100 jaar oud , ze hebben zuilvormige poten met korte tenen, ze halen een snelheid van 4,5 meter per minuut, vb: griekse landschilpad

grieks

  • 2: zeeschilpad: Ze komen nooit uit het water, alleen de vrouwtjes om hun eieren te leggen in het zand, poten lijken op peddels, hun tenen zijn met elkaar vergroeid, vb: spitskopschilpad

spits

  • moerrasschilpad: Ze kunnen zowel op land als in het water, worden het meest verkocht in winkel, ze hebben lange tenen met scherpe nagels en huidvliezen bv : roodwangschilpad

rood

De schild

  •  Dient als bescherming
  • rugschild= carapax
  • buikschild=plastron
  • Schild groeit aan de randen aan: ze gaat afbreken bij de moeras en waterschilpad, De schild dient ook als leeftijdsbepaling bij de landschilpad
  • De schauderbladen zitten aan de binnenkant van de schild
  • halsberger= dieren gaan hun kop intrekken
  • Halswenders= dieren gaan hun kop opzei buigen

Spijsverteringstelsel

  • landschilpad= herbivoor
  • moerasschilpad=carnivoor
  • zeeschilpad= jongen zijn omnivoor en volwassenen= herbivoor
  • Ze hebben geen tanden maar een hoornsnavel
  • De lengte van de darm is afhankelijk van de diersoort

De voorplanting

  • Een mannetje heeft een gladde enkelvoudige penis
  • In rust ligt die teruggetrokken in de cloaca
  • Mannetje heeft een langere staart en teennagels
  • De paring duurt 5-10 minuten
  • De buikschild van het mannetje is hol om niet van het vrouwtje af te glijden
  • Eieren worden op land afgezet en hebben de vorm van een pingpongbal
  • Ze leggen zo’n 2-20 stuks
  • Warmte van de grond zorgt voor het uitkomen van de eieren
  • jongen gebruiken hun eitand om uit het ei te komen
  • Hun geslacht wordt bepaald door de omgevingstemperatuur
  • Lage temperatuur= meer mannetjes
  • hoge temperatuur= meer vrouwtjes

Ademhaling

  • Longen worden leeggeduwt door beweging van de huid en de spieren
  • De lucht kan zich van de ene naar de andere long verplaatsen
  • waterschilpadden kunnen hierdoor hun zwaartepunt veranderen en draaien
  • Je merkt dat een schilpad ziek is als ze scheef zwemmen en niet meer onder water kunnen duiken

 

Anatomie van de slang

1 Zenuwstelsel

Slangen hebben een slecht zicht een goede geur en een goede tast. Ze gaan prooien vinden aan de hand van het orgaan van jacobson vinden, het orgaan van jacobson zit vooraan in het gehemelte de tong gaat geurprikkels opnemen waardoor er een verbinding gebeurt met de hersennen en ze bewegende prooien kunnen vinden, ze kunnen ook an de hand van trillingen van prooien hun lichaam de prooien pakken.

orgaan

2 Ademhaling

  •  Ze hebben een bewegelijke luchtpijp
  • Ze hebben 1 ontwikkelde linker long
  • 1 grote rechterlong
  • Ze hebben tracheale longen meet kleine kwabjes
  • Ze hebben ook een reserve luchtzak voor lucht waardoor ze grote prooien kunnen eten
  • Ze hebben geen middenrif
  • Ze gaan hun ribben en lichaamsspieren gebruiken om te ademhalen

3 spijsvertering

  • Slangen zijn carnivoor
  • De prooi wordt in haar geheel ingeslikt waardoor ze speciaal aangespast zijn aan hun bek
  • De bek kan worden opengesperd de kaken gaan in mekaars verlengende gaan liggen, de boven en onderkaak zijn aan de schedel verbonden door middel van het vierkantsbeen.
  • De onderkaken zijn niet vergroeid maar via een elastische band verbonden
  • De kaken kunnen onafhankelijk bewegen
  • De bovenkaak bevat tanden en zijn zeer beweegelijk ze helpen het prooi naar binnen te krijgen.
  • Tijdens het doorslikken wordt er veel speeksel afgescheiden er zou dus gevaar zijn voor verstikking daarom wordt het strottenhoofd naar voor in de muil geschoven zodat er lucht in de pijp kan komen.
  • De huid en ingewanden zijn zeer rekbaar.

slangen gif

Slangen gif heeft 2 functies:

  • Werkt als verteringssap doordat er enzyme in zitten
  • werkt als verdediging tegen vijanden

Het gif wordt onderverdeeld in 2 groepen:

  • Haemotoxine: breekt de rode bloedcellen af waardoor er sterfte optreed door een hartstilstand
  • neurotoxine: veroorzaakt verlamming waardoor je sterft door verstikking
  • De gifklier zorgt voor aanmaak en opslag van gif

Tanden

Er bestaan 3 soorten tanden:

  • solenoglyph: Adder en rattenslang hebben deze tanden, de tanden liggen vooraan in de bek en zijn 5 cm groot, ze zijn bewegelijk maar in rust naar binnen gekapt, deze tanden zorgen voor een diepe beet, als de tanden afbreken groeien deze gewoon weer terug.
  • proteroglyph: De cobra en de mamba hebben deze tanden, de tanden liggen vooraan in de bek ze zijn 1 cm groot en zijn niet bewegelijk, ze zorgen voor een matige diepe beet.
  • opistoglyph: Alle andere gifslangen hebben deze soort tanden, ze liggen achteraan in de bek , ze zijn kleiner dan 1 cm en zijn niet bewegelijk zorgt voor een ondiepe beet.

 

vogels: nestbouw

Wie aan vogels denkt , denkt onmiddelijk aan eitjes en een nest. Niet elke vogel bouwt hetzelfde nest. De vorm, grootte, plaats en gebruikt materiaal is verschillend van de ene vogel tot de andere. Er zijn zelf vogels zoals de koekoek, die geen nest bouwen maar hun eieren in het nest van een andere vogel gaan leggen en hun jongen ook door die andere vogels laat grootbrengen. Daarom word de koekoek een broedparasiet genoemt.

De plaats waar een vogels zijn nest bouwt is afhankelijk van zijn leefomgeving. Zo onderscheiden we:

  • grondbroeders: waarbij de vogels hun eieren op de grond leggen(eend, fazant) De grondbroeders leggen hun eieren gewoon op de kale grond, in een ondiep kuiltje in de grond ofwel in een nest van plantaardig materiaal.

grond

  • holenbroeders:Hierbij maken de dieren gebruik van boomholten, nestkastjes of maken hun nest onder een dakpan( zwaluw, koolmees, specht)

hol

  •  Drijvend nest: Dit nest bestaat uit waterplanten en ligt verankerd in water. Soms komt het nest los en drijft het rond.

drijf

  • nest in een boom: hierbij maakt de vogel een nest tussen de takken van bomen (merel)

boom

De broedzorg is ook niet bij elke vogelsoort hetzelfde. Bij de jongen maakt men het onderscheid tussen nestvlieders en nestblijvers.

  • nestvlieders: zijn jongen die volledig met dons uit het ei komen. Ze kunnen na enkele uren vlot rennen, zwemmen en naar voedsel zoeken( eenden,ganzen,zwanen en hoenders)
  •  Nestblijvers: Zin jongen die kaal en blind geboren worden. Zij zijn hierdoor volledig afhankelijk van hun ouders wat voeding, verzorging en bescherming betreft. Onder de nestblijvers vallen alle zangvogels.

 

Vogels: paringsperiode

Bij vogels zien we nog een echte paringsperiode. Tijdens deze periode komt de bronst opgang door invloed van geslachtshormonen waardoor de dieren zich uiteindelijk gaan voorplanten. Deze hormonen worden beinvloed door een aantal factoren:

  •  lichtlengte: hoe langer het licht is hoe meer hormonen worden vrijgesteld. Hierdoor start de paringsperiode in het voorjaar.
  • Voeding : Een grote hoeveelheid en een gevarieerde voeding hebben een positieve invloed op de hormonen.
  • Temperatuur: hoe warmer hoe beter er moet wel een temperatuursverschil zijn tussen dag en nacht.
  • fysieke prikkeling: aanraking zorgt voor het vrijkomen van hormonen.
  • Aanbieden van nestgelegenheid

Wanneer een vrouwtje broeds wordt, kan men dit zien aan de hand van een aantal gedragsveranderingen:

  • Ze wordt agressiever rond haar nest of kooi
  • Ze gaat zich meer afzonderen van de andere vogels
  • Ze gaat nestmateriaal verzamelen
  • Ze gaat meer eten

Bij gedomesticeerde vogels zoals de kip, is er niet echt meer sprake van een broedseizoen. Deze dieren zijn door middel van selectie zodanig aangespast aan de noden van de mens, dat ze bijna het hele jaar door eieren leggen.

De paring

Na de hofmakerij volgt natuurlijk de paring. Hierbij gaan beide dieren hun cloaca’s uitstulpen en tegen elkaar drukken waarbij er een overdracht van sperma gebeurt. Vogels waarbij er een soort van copulatieorgaan is, gaan dit orgaan gebruiken op hun zaadcellen dieper in de cloaca van het vrouwtje te deponeren.

 

 

Vogels: baltsgedrag

Baltsgedrag treft men bij vele diersoorten aan. Het is een gedrag dat de paringsbereidheid van vrouwlijke soortgenoten stimuleert. Het dient eveneens om een geschikte partner te vinden en om een reeds bestaande relatie in stand te houden. Bij vogels is baltsgedrag meer, gevarieerder en duidelijker aanwezig dan bij andere diersoorten. Voorbeelden hiervan zijn :

  • lokroepen
  • schijnpoetsen waarbij steeds het zelfde lichaamsdeel gepoetst wordt
  • pronken met kopversiersels of speciale bevedering
  • gevecht tussen mannetjes
  • uitbraken van voedsel voor vrouwtjes
  • showvliegen

Bij vogels ziet men vaak dat dat de dieren zich aan het begin van de bronstperiode verzamelen op een gemeenschappelijke plaats. Hier wordt dan het baltsgedrag van de mannetjes tentoongespreid aan de vrouwtjes. Zo een plaats wordt een lek genoemt, genaamt naar het zweedse woordt speelplaats.

 

Vogels: geslachtsonderscheid

Inleiding

Als je aan vogels denkt denk je aan pluimen, vliegen en eitjes natuurlijk. Dit zijn al 3 kenmerken waarin vogels zich onderscheiden van zoogdieren. Vogels zijn een grootte diersoortengroep waarin vele vogelrassen samengevoegd zijn. Om over elke vogelsoort in detail uit te wijden over de voorplanting zal praktisch niet mogelijk zijn. Daarom gaan we ons beperken tot de meest voorkomende vogels.

geslachtsonderscheid

Bij vogels is het niet altijd makkelijk om het geslacht te bepalen. Bij sommige vogels is er geen twijfel mogelijk, bij andere vogels kan je het geslacht alleen maar te weten komen via endoscopie via de buikholte. Wat op uiterlijke kenmerken betreft kan je je op het volgende baseren: vrouwtje heeft een doffere kleur en het mannetje is fel gekleurd, vrouwtjes hebben geen versiersels mannetjes hebben veel versiersels, En vrouwtje is kleiner omdat het mannetje veel hoger op poten staat, vrouwtje heeft een cloaca mannetje heeft rudimentair copulatieorgaan.

Vogels hebben in het algemeen geen uitwendige geslachtsorganen. Het vrouwtje heeft 1 eierstok met soort van eileider en een cloaca. Vogelss hebben geen echte baarmoeder zoals bij zoogdieren. Dit is ook niet nodig aangezien de ontwikkeling van het embryo buiten het lichaam gebeurt. Mannetjes hebben 2 teelballen die uitwendig gelegen zijn. Bij sommige vogels treffen we een rudimentair copulatie orgaan aan die via de cloaca kan uitgestulpt worden. Dit is het geval bij hoenders en eenden.

 

ges GROENLING/  Bovenste is mannetje en onderste een vrouwtje .